Nieuwsgierigheid in de klas

Nieuwsgierigheid in de klas

In deze drieluik pleit ik voor onderwijs waarin de houding van leerlingen ten aanzien van nieuwsgierigheid positief ontwikkeld wordt. Want het nieuwsgierige denken van leerlingen in de klas krijgt pas kans wanneer leerlingen allereerst het belang inzien van het stellen van nieuwsgierige kennisvragen tijdens de les, plezier ervaren in het stellen van zulke vragen, en zich bovendien aangemoedigd voelen door hun juf of meester om nieuwsgierig te zijn.

Is die vruchtbare bodem voor nieuwsgierigheid eigenlijk wel aanwezig in onze basisscholen? Denk jij dat leerlingen de leerwaarde van nieuwsgierigheid inzien? Ervaren zij dagelijks in de klas plezier in het stellen van nieuwsgierige vragen en voelen zij dat hun juf of meester deze vragen waardeert en aanmoedigt?

Op onderzoek uit!

Met onder meer deze nieuwsgierige vragen in het hoofd mocht ik ongeveer honderd leerlingen van groepen 3 t/m 8 van twee basisscholen individueel vragen naar hun ideeën over en ervaringen met ‘nieuwsgierig zijn’ binnen én buiten de school. Gek genoeg ben ik zulke studies nog niet eerder tegengekomen in de wetenschappelijke literatuur. Enorm relevant, namelijk.

De meeste leerlingen in de studie associeerden het begrip ‘nieuwsgierigheid' in eerste instantie met de sociale omgang. Veel leerlingen dachten bij het begrip meteen aan het raden van de inhoud van verjaardagscadeaus, het afluisteren van roddelende klasgenootjes, of het ontrafelen van de geheimen van pappa en mamma. Wanneer ik hen vroeg persoonlijke voorbeelden te noemen in de schoolcontext, specifiek in relatie met leren in de klas, konden leerlingen nauwelijks voorbeelden van nieuwsgierigheid genoemd. Sommige leerlingen waren wel eens nieuwsgierig naar de lesplanning of de komst van een nieuwe lesmethode. Maar meer dan dit, zat er niet in.

‘Nieuwsgierigheid moet afgeleerd worden'

Door de smalle opvatting van leerlingen over 'nieuwsgierigheid, leken veel leerlingen maar weinig waarde te zien in het stimuleren ervan. Want zulk gedrag werd tenslotte doorgaans sterk ontmoedigd door betrokkenen in de omgeving volgens de leerlingen.

Enkelingen, met meer academische opvattingen van nieuwsgierigheid, zagen nieuwsgierigheid wel als drijfveer voor ontdekkend leren, maar pleitten desondanks voor het ontmoedigen van nieuwsgierig gedrag. Waarom zou je namelijk nieuwsgierig zijn naar andere onderwerpen als de juf of meester je toch vertelt wat je moet leren? Bovendien, waarom zou je nieuwsgierig zijn naar het ontdekken van nieuwe dingen als andere mensen op de wereld toch al lang het antwoord hebben? Zonde van de energie, aldus deze 21e eeuwse leerlingen.

Nieuwsgierigheid in de klas?

Maar wat als we het concept ‘nieuwsgierigheid' volledig uit de vraagstelling laten en de leerlingen vragen om persoonlijke voorbeelden te noemen van academisch nieuwsgierig gedrag, zoals het stellen van verkennende onderzoeksvragen over de lesstof in de klas, het willen weten van hoe dingen werken, of hoe bepaalde wetenschappelijke ontdekkingen zijn gedaan. Zouden de leerlingen zichzelf dan wél herkennen in deze gedragsomschrijvingen?

Bij de meesten bleef het dan stil. Een enkeling was nieuwsgierig naar een lesgerelateerd onderwerp, naar aanleiding van een interessante geschiedenisles. 'Natúúrlijk mogen we geen eigen vragen stellen over andere onderwerpen dan de les,’ reageerden sommigen ontsteld op mijn vraag. 'We moeten gewoon doen wat de juf wil dat wij leren'.

Het stellen van nieuwsgierige kennisvragen over de lesstof in de klas bleek, op basis van mijn gesprekken met deze leerlingen, heel schaars. In hun ogen bleek zulke nieuwsgierigheid zelfs ontmoedigd te worden door hun juf of meester. Ik vond hierbij overigens geen significante verschillen tussen de antwoorden van leerlingen van verschillende bouwen.

En hun nieuwsgierigheid buiten school?

Een belangrijk inzicht verkreeg ik toen ik de kinderen vroeg persoonlijke voorbeelden te noemen van nieuwsgierig gedrag buiten school. In reactie op precies dezelfde gedragsomschrijvingen, noemden dezelfde leerlingen nu ineens allerlei treffende voorbeelden.

Leerlingen gaven aan thuis veel te leren over allerlei complexe technologische en wetenschappelijke fenomenen en stelden zichzelf, vrienden en hun ouders hierover regelmatig allerlei nieuwsgierige vragen. Over de werking van de computer, het bestaan van dinosauriërs, waar baby’s vandaan komen, hoe de koelkast of de motor van de auto werkt, over het ontstaan van het heelal, de regering. Veel leerlingen in de bovenbouwgroepen gaven aan via YouTube te leren over deze complexe onderwerpen. Vrijwel alle vormen van academische nieuwsgierigheid die ik verzinnen kon, passeerden de revue.

Relevante bevindingen

De bevindingen van mijn studie1 zijn heel relevant, denk ik. Zelfs ondanks dat mijn studie maar honderd leerlingen van twee basisscholen betrof (en resultaten dus niet werkelijk representatief zijn voor elke willekeurige basisschool in Nederland).

In mijn volgende en laatste blogbericht van deze drieluik, licht ik graag toe wat de bovenstaande studie ons leert, waarom deze bevindingen relevant zijn, en hoe deze bevindingen deels aanleiding zijn geweest voor vervolgonderzoek.  

1 Post, T., & Walma van der Molen, J.H (2016). Do Children Experience Curiosity at School? Exploring Children’s own Conceptions of Curiosity Inside and Outside the School Context. Manuscript ingezonden voor publicatie.

Lees de hele blogserie: