Het stimuleren van nieuwsgierigheid in de klas

Het stimuleren van nieuwsgierigheid in de klas

In dit drieluik pleit ik voor onderwijs waarin de houding van leerlingen ten aanzien van nieuwsgierigheid positief ontwikkeld wordt. Want het nieuwsgierige denken van leerlingen in de klas krijgt pas kans wanneer op school een positieve onderwijscultuur bestaat rondom nieuwsgierig zijn. Die vruchtbare bodem voor nieuwsgierigheid blijkt in het basisonderwijs echter niet zo sterk aanwezig als we misschien denken.

Het stellen van nieuwsgierige kennisvragen over de lesstof in de klas bleek, op basis van mijn gesprekken met grofweg honderd leerlingen van groepen 3 t/m 8 van twee basisscholen, heel schaars. In de beleving van de leerlingen werd zulke nieuwsgierigheid zelfs ontmoedigd door hun juf of meester.

Relevante ontdekkingen 

Deze bevindingen zijn heel relevant, denk ik. Resultaten laten namelijk zien dat veel leerlingen naïeve en negatieve opvattingen en gevoelens hebben over wat het voor hun betekent om een ‘nieuwsgierige leerling’ te zijn; ondanks dat zij aangeven in de thuissituatie ontzettend veel nieuwsgierig te denken.

Het spreekt voor zich dat deze bestaande misvattingen van leerlingen hun potentiële nieuwsgierige denken in de klas beperken. In andere woorden, voordat we hun academische nieuwsgierigheid pas effectief kunnen ontwikkelen in de klas, moeten we hen allereerst bewustmaken van hun misvattingen en leren wat wij in de onderwijscontext bedoelen met ‘nieuwsgierig zijn’. En dat vergt evenzeer nascholing van leerkrachten.

Doeltreffende pedagogiek vraagt om 'het waarom van nieuwsgierige vragen'

We zullen leerkrachten dus allereerst moeten leren om een positieve klascultuur te scheppen rondom nieuwsgierigheid. Leerlingen én leerkrachten hebben academische opvattingen over nieuwsgierigheid nodig en bovendien een positieve houding tegenover nieuwsgierigheid als motor voor leren. Als we die cultivatie-stap in de klas overslaan en een mogelijke pedagogiek enkel zouden richten op vaardigheidsontwikkeling (bijv. het leren formuleren van onderzoekbare vragen, het leren doorlopen van de onderzoekscyclus, enzovoorts), vrees ik dat leerlingen niet doorzien waarom we hen prikkelen met zulke interventies. Pas wanneer leerlingen het belang inzien van het stellen van nieuwsgierige kennisvragen, daar plezier uit halen, en voelen dat hun nieuwsgierigheid gewaardeerd wordt door hun klasgenoten en leerkracht, kunnen we betekenisvol beginnen met het ontwikkelen van hun nieuwsgierige denkvermogen, denk ik.

Wordt vervolgd… 

Op basis van bovenstaande doelstelling ben ik momenteel bezig met de validatie2 van een zelfontwikkeld instrument waarmee wetenschappers de nieuwsgierige, onderzoekende houding van midden- en bovenbouwleerlingen kunnen inschatten en volgen.

Zou een schoolbreed nascholingsprogramma voor zittende basisschoolleerkrachten dan, gericht op de bevordering van het nieuwsgierig en innovatief denken van leerlingen, op den duur leiden tot de gewenste onderwijsvernieuwing in de scholen? En daarmee uiteindelijk leiden tot een verbeterde nieuwsgierige, onderzoekende houding van de leerlingen?

Over die nieuwsgierige vragen buig ik mij binnenkort. Spannend!

Lees de hele blogserie: