Experimenteren met... paaseitjes!

Experimenteren met... paaseitjes!

Het is alweer bijna Pasen, tijd voor kuikentjes, de paashaas en natuurlijk heel veel chocoladepaaseitjes! Heb je na al die dagen je buik vol van chocolade? Dan kun je er nog leuke proefjes mee doen. 

Experiment 1


Knip een stukje koperdraad af van ongeveer 15 centimeter en een even lang stuk ijzerdraad. Prik op zowel het stukje ijzerdraad als het stukje koperdraad een puur chocolade-eitje. Zet beide draden rechtop in het glas. Giet heel heet water in het glas. Wat gebeurt er? 
Herhaal het experiment, maar nu met drie koperdraden van verschillende lengte. Prik nu op drie even lange koperdraden een melkeitje, een wit eitje en een puur eitje en herhaal het experiment. Wat smelt het langzaamst? Melkchocolade, witte of pure chocolade? Herhaal dit experiment een paar keer. 
Tip: je hoeft het metaaldraad maar een paar milimeter in het eitje te prikken. Het eitje moet niet té vast zitten.  


Uitproberen

Knip twee precies even lange stukken metaaldraad af, één van koper- en één van ijzerdraad. Steek op beide een puur chocolade-eitje. Zet de metaaldraden met de eitjes er bovenop geprikt, rechtop in het glas. Giet er heet water bij. Het eitje op het koperdraad smelt op het punt waar het draadje in het eitje steekt. Het eitje valt van de draad. Met het andere eitje gebeurt niks. Wanneer je het experiment herhaalt, maar nu met draadjes van verschillende lengte (van hetzelfde soort draad), zal het eitje op het kortste draadje het snelst vallen. Daarna valt het eitje van het middelste draadje en daarna het eitje van het langste draadje.


Om te testen wat eerder smelt, melkchocolade, witte of pure chocolade, zetten we de eitjes op drie precies even lange stukjes koperdraad. Als je het experiment een aantal keer herhaalt, zie je dat het niet zo veel uitmaakt of het een eitje is van witte, pure of melkchocolade. De ene keer wint de ene, en de andere keer de andere. 

Wat zit er achter?

Koper is een veel betere geleider dan ijzer. Het warme water in het glas verwarmt het koperdraad en de draad geeft deze warmte door naar boven. Zodra de warmte het eitje bereikt, smelt het eitje een beetje en valt het van het draad. IJzer geleidt de warmte minder goed. De warmte wordt minder goed doorgegeven en het eitje blijft zitten. Hoe langer het draad, des te langer het duurt voordat de warmte door de koperdraad het eitje heeft bereikt. Daardoor smelt het eitje aan het korte draad het eerst, en het eitje aan de lange draad het laatst.

Hoe snel iets smelt, hangt af van het smeltpunt. Omdat witte, melk- en donkere chocolade net een andere samenstelling hebben, ligt het smeltpunt een beetje uit elkaar. Witte chocolade bevat meer suiker en minder cacao dan melk- en pure chocolade. In theorie zou deze suiker voor stevigheid zorgen en er voor zorgen dat witte chocolade minder snel smelt. In praktijk wint de witte lang niet altijd. Dit zou ook kunnen komen omdat je de ene keer het draad net iets steviger in het eitje prikt, dan de andere keer. 

Experiment 2

Kan een paaseitje drijven? Maakt het uit welke kleur de chocolade van het eitje heeft? Probeer het uit in een bakje koud water. En mocht het niet lukken, bedenk dan een manier waarop het wel lukt.

Uitproberen

Wanneer je het paaseitje in het bakje water laat vallen, zinkt het als een baksteen. Het maakt niet uit wat voor kleur het eitje heeft. De truc om het eitje te laten drijven, zit hem in het aluminiumpapiertje van het eitje. Als je dat heel voorzichtig van het eitje peutert en er een bootje van vouwt, kun je het eitje er in leggen en blijft het drijven.


Wat zit er achter?

Schep in gedachten een lepel met water en een even grote lepel met chocolade. De hoeveelheden (volumes) zijn dan gelijk. Maar als je dat water en die chocolade zou wegen, dan zou blijken dat de chocolade zwaarder is (meer massa heeft) dan het water. We zeggen dan dat de dichtheid van chocolade groter is dan van water. Voorwerpen met een grotere dichtheid dan water (bijvoorbeeld chocolade, steen of ijzer) zullen in water zinken. Voorwerpen met een kleinere dichtheid (bijvoorbeeld hout of piepschuim) zullen op water blijven drijven. Dus, zodra je het eitje in het water legt, zal het naar de bodem zinken.

Als je een bootje vouwt van het aluminiumpapiertje van het eitje, dan maak je een soort bakje met een groot volume, veel groter dan het volume van het eitje zelf. Dat bootje is heel licht omdat het aluminiumpapiertje en de lucht in het bootje maar weinig wegen (weinig massa hebben). Het bootje met lucht is zo licht dat het blijft drijven, zelfs als je er een zwaar eitje in stopt. Het eitje vult niet het gehele bootje. Het eitje plus bootje is lichter dan een bootje dat geheel met chocolade gevuld zou zijn. Dus de dichtheid van het bootje met eitje is kleiner dan van alleen maar chocolade. Als de dichtheid van het bootje lucht met het eitje lager is dan die van water, blijft het dus drijven.

Video

Hoe worden gevulde chocolade-eitjes eigen gemaakt? Bekijk de productie van gevulde chocolade-eitjes!

Meer onderzoek

Is het niet gelukt om een bootje te vouwen van het folie van je eitje, omdat het folie stuk ging? Niet getreurd, daar kun je namelijk nog iets mee. Die restjes folie kun je laten springen. Je hebt alleen wel een ballon nodig.

Experimenteren met ...

Experimenteren met ... is een initiatief van Edda Heinsman en TechYourFuture. Bekijk alle experimenten die leerkrachten inspiratie geven om met Wetenschap & Technologie aan de slag te gaan.  

Experiment 1

Knip een stukje koperdraad af van ongeveer 15 centimeter en een even lang stuk ijzerdraad. Prik op zowel het stukje ijzerdraad als het stukje koperdraad een puur chocolade-eitje. Zet beide draden rechtop in het glas. Giet heel heet water in het glas. Wat gebeurt er?

Herhaal het experiment, maar nu met drie koperdraden van verschillende lengte.

 
 


Prik nu op drie even lange koperdraden een melkeitje, een wit eitje en een puur eitje en herhaal het experiment. Wat smelt het langzaamst? Melkchocolade, witte of pure chocolade? Herhaal dit experiment een paar keer.