Onderwijs in W&T ontwerpen op de lerarenopleiding

Onderwijs in W&T ontwerpen op de lerarenopleiding

06-02-2017

De blog presenteert het ontwerpmodel dat is ontwikkeld op basis van de uitkomsten van de analyses van de ‘good practices’ en de review van het onderzoek naar effectieve leerkrachtprofessionalisering. We nodigen lezers uit om de kenmerken aan te vullen of om praktijken te beschrijven die voldoen aan deze kenmerken.

W&T-onderwijs ontwerpen

De afgelopen weken hebben verschillende ‘good practices’ in beeld gebracht en besproken. Doel hiervan was meer inzicht krijgen in hoe onderwijs in Wetenschap en Technologie het beste vorm kan krijgen op de lerarenopleiding. Wat kunnen we nu op grond van de beelden en de review zeggen over doeltreffend Wetenschap en Technologie onderwijs op de pabo?

We zijn nagegaan wat effectieve kenmerken zijn van opleidingstrajecten. Op basis van een analyse van de beelden van de ‘good practices’ is in de expertgroep van lerarenopleiders en lectoren discussie gevoerd over de kenmerken van goed Wetenschap en Technologie onderwijs op de pabo. Consensus werd al snel gevonden over vele zaken. Een paar voorbeelden:

  • Werk vanuit concrete situaties en/of fenomenen die direct te koppelen zijn aan de leefwereld/beleving van de lerende. Werk vanuit betekenisvolle beroepstaken. Geef gelegenheid  buiten de muren van de opleiding leren.
  • Koppel theorie aan concrete ervaringen.
  • Gebruik gelaagdheid en verschillende perspectieven om zowel de W&T-fenomenen als meta-fenomenen uit bijv. pedagogiek/onderwijskunde te duiden.
  • Laat studenten hun eigen lesmomenten filmen en daarop reflecteren.
  • Wees een rolmodel voor studenten door hetzelfde gedrag te vertonen dat van hen wordt verwacht.
  • Geef inhoudelijke verdieping/uitleg ‘just-in-time’.

De criteria hadden enerzijds betrekking op het leerproces en de inrichting ervan, anderzijds betrekking op de begeleiding van dit proces. Na verdere analyse van de criteria en ook de criteria op basis van de uitkomsten van de review naar effectieve leerkrachtprofessionalisering, zijn ze geclusterd in drie fasen van een procesmodel. Deze drie fasen zijn in volgorde: (1) onderdompeling, (2) abstractie, en (3) doelbewuste oefening. Uitgangspunt van dit model is dat leraaropleiders een onderwijssituatie creëren vanuit de ‘teach as you preach’ gedachte.

Fase 1: Onderdompeling

Dompel studenten onder in Wetenschap en Technologie. Prikkel hun nieuwsgierigheid door ze concrete fenomenen zoals bijvoorbeeld luchtdruk, statische elektriciteit en drijven en zinken te laten ervaren. Creëer situaties die verwondering over de fenomenen ontlokken en die aanzetten tot het doen van onderzoek of het maken en toetsen van een ontwerp.

Het onderzoeken en ontwerpen heeft tot doel de eigen vaardigheden, kennis en houding van de student te ontwikkelen (vakkennis/ontwerp- en onderzoeksvaardigheden/onderzoekende houding), en de studenten te laten nadenken over hoe onderwijs in Wetenschap en Technologie te verzorgen aan leerlingen in het basisonderwijs. Om de (cognitieve) betrokkenheid, activiteit, interesse en motivatie van de studenten te verhogen, is er sprake van pressure-cooking. Dat wat de studenten ervaren en leren, moeten ze op korte termijn toepassen in de onderwijspraktijk. Dit bevordert de wil om te weten, de wil om te begrijpen, de wil om te delen, de wil om te bereiken en de wil om kritisch te zijn. 

Fase 2: Abstractie

Zorg na de onderdompeling voor een moment van reflectie. De focus van de reflectie is afhankelijk van het doel van het leerproces en kan zich daarom op verschillende zaken richten, zoals: vakinhoud (‘Wat heb je ontdekt over statistische elektriciteit?’), vaardigheden (‘Op welke wijze hebben jullie het onderzoek/ontwerp ingericht?’), ervaringen (‘Hoe vond je deze manier van werken?’), attitude (‘Hoe sta je ten opzichte van dit type onderwijs?’), (vak)didactiek (‘Wat is je rol als leerkracht bij dit soort onderwijs?’), zelfvertrouwen (‘Zou jij dit soort lessen kunnen/durven geven in je stage?).

Tijdens en/of na de reflectie geef je ruimte om te theoretiseren. Ook hiervoor geldt dat de focus afhankelijk is van de doelen die voor het leerproces zijn gesteld. Het theoretiseren kan bijvoorbeeld gaan over:

a)       de modellen onderzoekend en ontwerpend leren,

b)      de wetenschappelijke kennis over de effectiviteit van deze manieren van leren,

c)       het organiseren van onderzoekend/ontwerpend leren,

d)      de rol van de leerkracht tijdens onderzoekend en ontwerpend leren,

e)      de interacties en dialogen van leerlingen tijdens onderzoekend en ontwerpend leren,

f)        de vakinhouden,

g)       het redeneren van kinderen over natuurwetenschappelijke/technische fenomenen,

h)      de integratie met andere vakken,

i)        de misconcepten van kinderen over natuurwetenschappelijke/technische fenomenen,

j)        doorgaande lijnen,

k)       visieontwikkeling op het gebied van onderwijs in Wetenschap en Technologie.

Doel van de reflectie en het theoretiseren is het verdiepen, verbreden en verrijken van de (vak)kennis, (didactische) vaardigheden en houdingen van de studenten ten aanzien van Wetenschap en Technologie.

Fase 3: Doelbewust oefenen

Abstractie biedt studenten een verdiepend inzicht in onderwijs in Wetenschap en Technologie, maar leidt niet zonder meer tot de benutting van deze inzichten in de onderwijspraktijk. Zorg daarom na de onderdompeling en abstractie voor een fase waarin studenten doelbewust oefenen met het ontwerpen en verzorgen van onderwijs in Wetenschap en Technologie. Dit proces van oefenen vloeit logisch voort uit de onderdompeling (Fase 1) en de reflectie op het proces en het theoretiseren (Fase 2). Het doel van het leerproces van de studenten bepaalt dus waarmee ze in de onderwijspraktijk oefenen. Voor eerstejaars studenten is bijvoorbeeld denkbaar dat zij een les opzetten en geven volgens de stappen van het model onderzoekend leren of ontwerpend leren. Voor derdejaars studenten is het doelbewust oefenen met het integreren van andere vakken in Wetenschap en Technologie onderwijs wellicht meer passend of het gericht oefenen met bepaalde manieren om het denken van leerlingen te ondersteunen. Om het leerrendement van de doelbewuste oefening te verhogen wordt het onderwijs dat de student geeft gefilmd. Op basis van de beelden kan de student, mogelijk samen met andere studenten en met docenten (begeleiders, mentoren), reflecteren en leerpunten formuleren voor een volgende oefening in de praktijk. Tevens kunnen studenten en docenten de beelden benutten om verder te theoretiseren. De doelbewuste oefening kan door het filmen en reflecteren en theoretiseren dus weer leiden tot abstractie (Fase 2). Het onderwijs dat de studenten ontwerpen en verzorgen spiegelt het onderwijs zoals zij dat hebben ervaren tijdens de onderdompeling (Fase 1), zodat er sprake is van ‘teach as you preach’. En daarmee is de cirkel rond.   

Het bovenbeschreven procesmodel is bedoeld als  houvast om het huidige onderwijs in Wetenschap en Technologie onder de loep te nemen en waar mogelijk te verbeteren. Maar alvorens dit te gaan doen, zijn we natuurlijk geïnteresseerd naar jullie gedachten over het model. Is het model bruikbaar voor het ontwerpen van onderwijs in W&T? Wat zijn de krachtige elementen ervan? En ontbreken er zaken of zijn er kanttekeningen bij te plaatsen?  We horen graag jullie meningen hierover. Deel ze hieronder.

Reeks good practices

Deze good practice is onderdeel van een serie over het ontwerpen van nieuwe good practices op de pabo. Hier vind je het volledige overzicht van de good practices.

Naar onderzoeksproject Onderzoekende pabo’s.

Symen van der Zee

Symen van der Zee werkt bij Saxion als lector 'Wetenschap & Techniek in het onderwijs'. Bij TechYourFuture richt Symen zich op de integratie van Wetenschap & Technologie in het onderwijscurriculum en hoe leraren hierin het beste ondersteund kunnen worden. Onderzoekend en ontwerpend leren is hierin een steeds terugkomend thema, evenals de effecten van geïntegreerd onderwijs.