Waarom vrouwen een technische opleiding of beroep verlaten

Waarom vrouwen een technische opleiding of beroep verlaten

 

15-09-2016

Vrouwen die na een technische opleiding op universiteit of hogeschool van plan zijn om in een technisch beroep te gaan werken, blijven minder vaak in het vak dan mannen. Hoe komt dat? In mijn eerdere blog ‘Wat cijfers ons (willen) vertellen’, sprak ik de wens uit om de oorzaak van de geringe keuzes van vrouwen voor de harde technische beroepen nader te onderzoeken. 

Verklaringen

Gemiddeld wordt 20% van de technische opleidingen gevolgd door vrouwen. Slechts 13% van de technische beroepen wordt door vrouwen beoefend. Diverse experts opperen Tal van verklaringen  voor deze discrepantie: het gebrek aan mentoren in het veld, een diversiteit aan factoren die vrouwelijke ingenieurs minder vertrouwen geven en het evenwicht tussen werk en gezinsleven te kunnen handhaven. 

Nieuw onderzoek in Verenigde Staten

Een nieuwe studie, door een team onder leiding van Susan Silbey, hoogleraar geesteswetenschappen, sociologie en antropologie aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) geeft een nieuwe verklaring. Volgens dit onderzoek hebben vrouwen negatieve ervaringen met het teamwork in projecten die zodanig zijn dat zij het beroep minder aantrekkelijk vinden.

De onderzoekers in het onderzoek van Silbey vroegen meer dan 40 ingenieursstudenten, aan vier instellingen in Massachusetts, tweemaal in de maand dagboeken bij te houden. Dat genereerde meer dan 3.000 individuele dagboekaantekeningen die de onderzoekers systematisch onderzochten.
In het bijzonder blijkt uit de studie dat vrouwen zich vooral gemarginaliseerd voelen tijdens stages of het werken in groepen bij onderwijsactiviteiten. Vooral buiten de geregisseerde onderwijssituaties. In die situaties nemen mannen meer de gelegenheid om te werken aan uitdagende problemen, terwijl vrouwen de routinetaken of eenvoudige leidinggevende taken worden toegewezen. In dergelijke werkverbanden blijkt het geslacht een groot verschil te maken, zegt Silbey.

Vrouwen hebben hoge verwachtingen van hun vak, namelijk dat zij een positieve maatschappelijke impact als ingenieur kunnen hebben. Als gevolg van hun ervaringen raken vrouwen op zulke momenten gedesillusioneerd ten aanzien van hun carrièrekansen en haken af.

"It’s a cultural phenomenon," zegt Silbey, over de ervaringen van vrouwen in groepsprocessen bij een aantal belangrijke momenten in de opleiding. De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in Work and Occupations van mei 2016. 

Ondergeschikte taken in plaats van de eer

Deze studie sluit niet noodzakelijkerwijs sommige van die andere verklaringen uit, maar het voegt een extra element toe aan de grotere discussie. De resultaten van de studie komen overeen met wat Nadya A. Fouad na onderzoek heeft gevonden over Gender en STEM.

Wat naar voren komt is een beeld waarin vrouwelijke techniekstudenten op bepaalde momenten tijdens hun onderwijs negatieve ervaringen hadden. Vooral wanneer die activiteiten in teams werden uitgevoerd. Met name buiten het klaslokaal duiken in een minder gestructureerde omgeving oudere genderrollen opnieuw op.

Om een voorbeeld te noemen, een student beschreef een episode in een ontwerpklas waarin twee meisjes in een groep werkten aan een robot die ze aan het bouwen waren toen de jongens in hun groep erbij kwamen. Binnen enkele minuten werden de meisjes veroordeeld tot het doen van ondergeschikte taken, terwijl de jongens er met de voldoening en de eer van het technische werk vandoor gingen. De meisjes klaagden hierover.

Het gaat hier dus om informele interacties met collega's en alledaags seksisme in teams en stages. De onderzoekers zeggen dat veel vrouwen bij hun eerste samenwerking behandeld worden op genderstereotiepe manieren. Daarentegen ervaren mannen bijna zonder uitzondering de stages en de projecten buiten de schoolomgeving als positief.

Dergelijke ervaringen leiden tot wat de onderzoekers noemen ‘anticipatory socialization’. Deze anticiperende socialisatie heeft een negatieve invloed op de verwachting die de meeste vrouwen van hun technisch beroep hebben. Die verwachting heeft te maken met de gedachte dat het toekomstige beroep een maatschappelijk verantwoord beroep is dat een verschil maakt in het leven van mensen. Gemotiveerde vrouwen vragen zich af of een ander beroep niet een beter voertuig voor het beïnvloeden van positieve sociale verandering zou kunnen zijn. Ook vragen zij zich af of hun werk een engagement voor een sociaal bewuste agenda heeft, hetgeen een belangrijke motivator voor hen was in de eerste plaats.

Veranderingen buiten het klaslokaal

Silbey stelt dat uit de uitkomsten van het onderzoek blijkt dat in de techniek de genderkloof niet is geworteld in het curriculum, hetgeen vaak de focus van onderzoek in het verleden is geweest, maar daarbuiten.

Dat betekent dat nieuwe vormen van remedies kunnen worden onderzocht, die een positief effect hebben op de ervaringen van vrouwen in opleidingen. Bijvoorbeeld, zoals Silbey eerder heeft aanbevolen, kunnen instellingen ‘geregisseerde stage seminars’ ontwikkelen, waarin stage-ervaringen van studenten kunnen worden ontleed om de problemen te begrijpen waarmee vrouwen worden geconfronteerd.

In deze geest is het nuttig om te begrijpen dat het onderwijs, naast alle andere educatieve doelen ook een proces van socialisatie is, dat onbewust negatief kan werken.



Gerard Boeijen

Oud-docent natuurkunde en jaren werkzaam geweest bij het Cito. Hij is een van de auteurs van het boek 'Bèta in het dagelijks leven' en medesamensteller van televisieprogramma's over natuurwetenschappen voor NTR:Schooltv.

Gerelateerde artikelen